nog202001
nog202007
nog202008
nog202009
nog202010
nog202011
nog202012

 

 

   
  nog

kan ’t nog
heem in de tsiet
van ’t joar
zoeëwie zie is

tsinterkloas

kan ’t nog
kapsjtok in de tsiet
van ‘t leëve
zoeëwie zie wieëze

krismes

kan ’t nog
hodvas in de tsiet
va wieërjoa
zoeëwie zie jeet

vasteloavend

vroagtseeche
koom eri
veul diech heem
tseer diech mit
dieng eje kluur
vier de tsiet
va joare
um tse dele
mitee
oane jewald
i vrid

’t kan

 

 INTERVIEW MET WIM HEIJMANS 

 

Wim Heijmans,schrijver van theaterproducties, zijn eigen website www.kerkraadsdialekt.nl , en enkele boeken, zoals 'D'r jank van de tsiet' waarvoor hij de Sjiek-literatuurprijs 2019 kreeg!

 

Geplaatst door Paul Weelen.
Interview:Lieke Heijmans



We bevinden ons in roerige tijden, de lockdown is achter de rug, we krijgen weer wat meer vrijheid. Hoe beleef jij, als schrijver, deze tijden?


Vrijheid is natuurlijk relatief. De mindering van de lockdown wil nog niet zeggen dat men onbekommerd kan zijn. Er zijn genoeg zorgen. En het virus is nog altijd onder ons. Voorzichtigheid blijft geboden. Zeker voor de risicogroepen waartoe ik behoor. Daarbij heeft de coronatijd behoorlijk wat losgemaakt. Als je alleen al kijkt naar de racisme-discussie. Opeens komt het in een grote stroomversnelling terecht. De tolerantie lijkt te groeien. Er is natuurlijk nog veel werk aan de winkel. Maar er worden duidelijke stappen gezet. Meer begrip voor de situatie van de ander en het besef wat het betekent om in een gemeenschap te leven. Tijdens de lockdown werden we eigenlijk op onszelf teruggeworpen. Hebben we ons verdiept in het wezenlijke. Zeker omdat eigenlijk nogal behoorlijk wat randzaken, vaak ontstaan door de groeiende welvaart, minder belangrijk bleken te zijn. Er ging nogal wat op slot. Daardoor gingen je gedachten meer uit naar de vraag wat wezenlijk is voor ons bestaan. Ikzelf heb, naast het gemis van fysiek contact met  mijn naasten en de zorg om de zieken, plezier beleefd aan de rust. Meer tijd voor lezen en schrijven. De mensen die zorgden voor de medemens gaven me vreugde.

Hoe schrijf jij? Hoe ziet je dag er uit? Ben je een gedisciplineerd schrijver die iedere dag een vast programma heeft of een meer spontaan schrijver die de pen oppakt als de inspiratie zich aandient?

In de lockdown periode hanteerde ik een strak stramien. Een keer per week ging ik, heel voorzichtig, naar de supermarkt. De overige tijd bleef ik thuis. In de eerste dagen van de lockdown heb ik een enkele fietstocht gemaakt in het Heuvelland, maar door het onverantwoorde gedrag van groepen fietsers en wandelaars leek het mij raadzaam om  er weg te blijven. In mijn tuin bleef ik dagelijks in beweging door te lopen en oefeningen te doen. Mijn dagindeling was nagenoeg iedere dag hetzelfde. Ik stond ’s morgens om half negen op. Vooral lezen en schrijven. Zo’n vier tot zes uur per dag. Ik heb twee kranten, een regionale en de Volkskrant. Na mijn pensioen in 2009 ben ik begonnen met het bestuderen van de filosofie. Gedreven door mijn nieuwsgierigheid naar essentiële levensvragen, waar komen we vandaan, waar gaan we naar toe, verzamelde ik literatuur. Mijn interesse was eerder al gewekt op de kweekschool door mijn pedagogiek leraar Pierre Reinaerts. Hij behandelde uitvoerig de fenomenologie en het existentialisme. Dit vond zijn plaats in het democratiseringsproces van de jaren ‘60. Dit heeft voor mijn leven een grote betekenis gehad. De muziek van die tijd, het engagement, de Cobracultuur en schrijvers als Wolkers, Remco Campert. Sinds mijn pensionering heb ik heel wat samenvattingen gemaakt van mijn gekozen literatuur. Niet al mijn aantekeningen had ik opgenomen in mijn pc. Daar heb ik in de coronatijd wel tijd voor gehad.  In de avonduren las ik meer ontspannende boeken. Tegen half elf lag ik íedere avond in bed. Voor het schrijven van mijn gedichten, columns heb ik niet zozeer een vast moment. Het is voor mij intuïtie.

In je laatste boek D'r jank van de tsiet combineer je korte verhalen/columns met poëzie? Hoe verhouden deze twee vormen zich tot elkaar? Heb je stiekem een voorkeur?

Dat is een dilemma. Ik schrijf ze allebei even graag. Maar ik moet ook zeggen dat de gedichten een heel apart feestmoment voor me zijn. Beelden neerzetten, los van regels omtrent rijm, ritme of wat voor schrijfstijlen dan ook. Mijn eigen gang. Zoals ooit Cobra. Oorspronkelijk, duidelijk, primaire kleuren. Net als kindertekeningen. Overzichtelijk, puur, met een latente achtergrond. Ja de gedichten, oorsprong, levensweg, oneindigheid. Ja hoor. Helemaal.

In je columns schrijf je over de schoonheid in het alledaagse, de kleine dingen en hoe deze onlosmakelijk verbonden zijn met het grotere geheel. Hoe kies je uit de veelheid van mogelijke onderwerpen die zich, ongetwijfeld, dagelijks aandienen?

Ook hier speelt de intuïtie een grote rol. Natuurlijk heb ik in mijn leven een levensvisie ontwikkeld. Over mijn idealen kan ik schrijven als ze zich aandienen. En dat is vaak.  Alles heeft eigenlijk met alles te maken. Het boeit me.

Vele personages hebben een vaste plek in je columns, lezers die je goed kennen herkennen (delen van) jou en zichzelf er in. Voor degene die je niet zo goed kennen, welk personage staat het dichtst bij je en/of ligt je na aan het hart?

Ze komen uit mij voort en ook uit de mensen om me heen. Dus ze liggen mij allemaal na aan het hart. Ook de mannen die ik op mijn fietstochten in een dorp op een bank zie zitten. In al mijn figuren zit wel iets van een filosoof. Hannes op de fiets zoekt de stilte op. Daar kan hij zijn gedachten laten gaan. Zijn pedaalslag in de tred van het leven. Ik ervaar het iedere keer op mijn vele fietstochten. Wiel en zijn vrouw Bertie is een lerarengezin. Ze hadden hun eigen schooltijd in de jaren zestig. Ook mijn tijd. ’t Lieza en d’r Joeëhan is een echtpaar in de eenvoud met het oog voor de kleine dingen van de dag, het jaar rond, midden in hun wijk. Daardoor groots in het leven. Ik omarm ze. Ze doen mij denken aan het gezin waar ik in opgroeide. De jongste van tien kinderen. Zingen, toneel, verenigingen. Feesten het jaar rond. En dan de vader met zijn dochters en kleinkinderen in de Adventstijd. Zo dichtbij. Heel dichtbij

Een terugkerend thema in je werk is de liefde, het onvermijdelijke afscheid en verdriet dat daarbij hoort. Helpt hierover schrijven jou bij het verwerken van je eigen verdriet, geeft het weer hoop? Wat wil je dat anderen hier uit halen?

De dood is onbegrepen. Het doet ons enorm veel pijn. Verdriet. We kunnen er niet omheen. Men hoort vaak: ‘een mens wordt geboren om te sterven’. Daartussen is een hele weg. Voor de een kort, de ander lang. Met vreugde en verdriet. Ook voor mij. Vreugde en verdriet delen. Daar gaat het om. Delen. Samen. Daarin zit ook de hoop. Mijn schrijven schenkt me troost om de pijn van het verdriet te dragen. Schenkt mij dank om het plezier van de vreugde te genieten. Op die manier dit anderen te laten delen. Met beelden van oneindigheid.

Je maakt veel gebruik van social media om je werk te delen, toch besloot je in 2017 ook weer een boek uit te geven. Wat is de kracht van het gedrukte woord voor jou? Hoe verhoudt zich dit tot social media?

In 2006 startte ik een eigen website met behulp van Harrie Brouwers. Columns, gedichten, feuilletons, foto’s, info-rubrieken. Met veel plezier werk ik er dagelijks aan. Tot op de dag van vandaag. Met de komst van de sociale media werd het bereik voor de lezers groter en sneller. Voor de promotie van het dialect werkt dit goed. Steeds meer schrijvers delen hun werk met een groeiende groep geïnteresseerden. In 2017 kwam Paul Weelen van de uitgevrij Tic met het voorstel om een boek uit te geven. Een keuze uit mijn columns en gedichten. Ik zag een heel gedoe op me afkomen. Voor mij nogal wat onrust. Maar ook twijfel. Een boek kun je vast houden. Ruiken. Het is een monument. Een oud medium. Dat kun je van de social media niet zeggen. Daarbij stelde hij spontaan voor om op de voorkant van het boek een schilderij te plaatsen van Carla, mijn overleden echtgenote. Voor mij en mijn kinderen was de keuze toen snel gemaakt. Een monument, met een schilderij van Carla en mijn verhalen en gedichten. Het boek werd uitgegeven. ‘D’r jank van de tsiet.’ Kreeg een viersterrenrecensie van Guus Eurlings in het dagblad De Limburger. Verleden jaar bekroond met de Sjieklieteratuurprijs van het Taal- en LetterenPlatform Limburg.

In je columns stip je ook vaak actuele onderwerpen aan, die gevoelig kunnen liggen bij verschillende mensen. Op subtiele wijze laat je blijken wat je van een onderwerp vindt, je kiest niet (meer) voor de harde confrontatie. Kun je eens vertellen waarom je hiervoor kiest?

Ik vind het een uitdaging om over die onderwerpen zo te schrijven, dat het niet in de conflictsfeer komt. Je verliest anders te veel energie. Die heb je nodig om de nuance te zien. Ruimte voor de schoonheid. De tijden van op de barricaden staan liggen achter me. Mijn idealen van een begripvolle en vredige wereld verwoord ik graag in mijn poëzie en proza.

De meeste mensen kennen je als dialectschrijver. Heb je altijd in het dialect geschreven of ben je in het Nederlands gestart?

Op school was Nederlands de standaardtaal. Dus ook mijn opstellen, die ik met veel plezier schreef. Later werd ik onderwijzer en toen was het niet anders. Musicals, gedichten, liedjes, allemaal in het Nederlands. Geleidelijk aan groeide de interesse in het dialect. Niet alleen met carnaval, maar ook bij andere gelegenheden door het jaar. Als kind las ik samen met mijn vader de Carnavalskrant. En luisterden wij thuis vaak naar de Radio Omroep Zuid. Daar werd ook regelmatig dialect gesproken. Toen ik teksten in het dialect ging schrijven, kreeg ik een thuisgevoel. Warme klanken van geborgenheid. De moederschoot. Ik noem het graag ‘de brós van de mam’ (de borst van moeder). Ik merkte dit ook in de omgang met mijn leerlingen. Als we dialect met elkaar spraken was dit drempelverlagend. Het contact intenser. Als je in een mens wilt zijn, moet je in zijn taal komen. Voor de vorming van een mens is dit van belang. Spelen met taal, je er in thuis voelen, zelfvertrouwen. Geen prestatie, maar beleving. Zo zie ik primair de taal van het dialect. Het is geen dogma. Geen verzameling regels. Voel je thuis in je taal met een open deur naar andere talen.  Dan kun je wat voor anderen  betekenen en anderen voor jou. ‘Verstjtoa’ (verstaan) doe je met je oren en met je hart. Versta je met je hart, gaan de oren vanzelf open.


 
 
 

 

D'r Jank van de Tsiet

Wim Heijmans
 

 


Maandagavond 18 januari 2021
19.30 - 21.30 uur
Sjevemethoes, St. Pieterstraat 3, Kerkrade.

Namens Stichting De Drie Ringen nodig ik jullie uit voor een avondje met de Kerkraadse dialectschrijver, Wim Heijmans.
Op het tweede festival Sjiek, kreeg Wim Heijmans voor zijn boek, D'r Jank van de Tsiet, de Sjiek Literatuurprijs 2019. Het boek beschrijft in tientallen verhalen en gedichten hoe de tijd verloopt van begin januari tot eind december.
Aansluitend aan de boekenweek komt Wim voor ons een lezing verzorgen. Het belooft een mooie avond te worden.... voor wie houdt van literatuur, poëzie, taal en dialect of wie daar nieuwsgierig naar is. Laat u verrassen!
Interesse? Dan kun u zich opgeven via onze website: www.dedrieringen.org
Kosten € 10,00 inclusief aangekleed kopje koffie of thee.

 

d’r tsint en d’r piet

e fes va jónk bis aod

 

        Deel 16     Ummer       

(Annet Vincent)

 

D’r opa zitst an d’r dusj. Heë eest de mörje-bóttram.
De tsiedónk likt neëver d’r telder. Heë leëst ’t letste nuits.
Óp de vuurzie sjteet an de zie e sjtuks-je
uvver d’r Tsinter-kloas.
D’r Tsint kunt óch dis joar hei ziene jeboertsdaag viere.
’t Is nog nit bekankd wienieë.
‘Zies te,’ dinkt heë,’ d’r Tsinterkloas kunt ummer.
Wie dan óch. Dat mós iech ’t Sjteersje vertselle.’
Heë pakt d’r tillefoon en duit d’r nommer
van ’t Esmée heem.
D’r pap nimt óp.
 
‘Jóddemörje. Alles jód bij uuch?’
‘Ao joa. Vier zunt jraad veëdieg mit ’t aese.’ 
‘Dan is ’t Esmée nog nit noa jen sjoeël?’
‘Nae, het zitst hei neëver miech. Iech zal ‘m diech jeëve.’
‘Dag opa. Iech han de boot nog nit jehoeëd.’
‘Doa bel iech jraad vuur. Iech leës in de tsiedónk:
‘D’r Tsinterkloas kunt ummer. Wie dan óch’. 
‘Ao wat sjun.’ 
D’r opa vingt aa tse zinge.
‘Ziech doa kunt de sjtoomboot oes Sjpanje werm aa.’
’t Esmée zingt mit. 
‘Da kan iech óch werm d’r sjong ópzetse.’
‘Zicher Sjteersje. Doe kries besjtimd jet dri.’
‘Woe, woe, woe,’ ruft het.
‘Joa de boot van d’r Tsinterkloas is óngerweëgs.

Iech zal diech e jediechsje liere. Loester mar. 
doe kries d’r sjong vol mit sjnuuts en neus
zoeëvöal, wie vuur inne reus
en van d’r opa e peks-je sjpas
dat i jiddere sjong past
Heë zeët ’t nog ing kier. ’t Esmée deed mit ‘m mit. 
‘Iech ken ’t bauw.’
Ze zage ’t nog e paar kier tsezame óp.

‘Opa, iech jon noen noa de sjoeël.
Iech zal ’t de juffrauw óch vertselle.’
‘Da huur iech wal, wie de juffrauw ’t jediechs-je vingt.’
‘Joa opa. Iech bel diech wal óp.’
‘ Adieë, Sjteersje. Inne sjunne daag.’
‘Kuus-je opa.’
Heë kiekt durch de vinster eroes. De zon sjiengt.
In d’r jaad kunt jraad e eechheursje uvver de hek.
Sjpringt óp de sjokkel. Die jeet jet hin en heer.
Het kiekt rónk en klömt flot in d’r boom. 
‘Zicher ópzuk noa neus. Vuur de d’r winktervuurroad.
Dat mós iech ’t Sjteersje vertselle.’ 
Heë pakt de tsiedónk i jen heng. 
‘D’r Tsinterkloas kunt ummer. Wie dan óch,’
leëst e nog ins vuur ziechzelver. 

 

 
 

Festivalgedicht 2020

 
Het bestuur van Stichting Vocallis geeft jaarlijks een opdracht aan een aantal kunstenaars (in de breedste zin van het woord). Die opdracht kan bijvoorbeeld gaan over het maken van een tekening of een schilderij, maar kan ook en gedicht, sonnet of compositie betreffen.
Internationaal Festival Vocallis biedt nieuw en bestaand talent de mogelijkheid om hun creatieve stempel te drukken op het muziekfestival. Dit jaar zijn maar liefst vier nieuwe en bestaande talenten aan de slag gegaan met het thema van dit jaar 'Synergie der Kunsten'.
ln deze nieuwsbrief presenteren wij een routinier in zijn vak: Wim Heijmans.
Wim Heijmans
Kerkraads schrijver Wim Heijmans heeft speciaal voor Internationaal Festival Vocallis 2020 een gedicht geschreven met de titel Wöad (woorden). Het gedicht van Wim Heijmans is mede tot stand gekomen in samenwerking met Veldeke Limburg.
 
 
Wim Heijmans
Kerkraads schrijver Wim Heijmans heeft speciaal voor Internationaal Festival Vocallis 2020 een gedicht geschreven met de titel Wöad (woorden). Het gedicht van Wim Heijmans is mede tot stand gekomen in samenwerking met Veldeke Limburg.
Wim Heijmans schreef veel toneel- en liedteksten, gedichten en verhalen in zijn eigen Kerkraads. Vorig jaar won hij met zijn bundel 'D'r jank van de tsiet' de Sjiek Literatuurprijs van het Taal- en Letterenplatform Limburg. ln het juryrapport stond destijds: "Heijmans blinkt uit in fijn-humoristische beschrijvingen in proza die in combinatie met de gedichten een diepere laag krijgen."

WÖAD

‘Wöad’, de kompozietsiejoeënsvroag dis joar van ’t Internationaal Festival Vocallis an d’r Willie Arets (moeziek) oes Mastrich en d’r Wim Heijmans (teks) oes Kirchroa vuur ’t festivallid va dis joar. Oes-jeveurd óp zamsdieg 31 oktober 2020 in de Kopermolen Vols durch de talentvolle sopraan Amy Schillings oes Vols en an d’r piano d’r Raimund Laufen.  

 

 

Het gedicht dat Wim Heijmans speciaal schreef voor Internationaal Festival Vocallis 2020:
 
 
Wöad
 
de Wöad oes inne mónk va haas dunt pieng
ze sjnieje trekke vore deep va leed
ze moale bilder vol van angsbesjeed
die Wöad ze binge miensje an hön lieng
 
de Wöad oes inne mónk va vräud dunt jód
ze keure drage klanke deep oes't hats
ze klinke moeziek vol va leefdessjats
die Wöad ze sjenke miensje leëvensmód
 
in alle vrugde zieën iech Wöad i diech
umerme dinke veule jans die doeë
ing ópmoas vuur 'ne leëvensdans mit miech
 
in oavendsjtroale bluits doe deep i miech
jesjiechtens klinke zinge jans die doeë
bejin van inne leefdesdans mit diech

 

 

 

November
D’r ieëtsjte fesdaag va november is Allerhillieje. Doanoa kunt nog Sankt Martien óp elf november.


Planete
Drutsing november sjteet Venus reëts boave d'r sjmale mond (6.30).
Nuuntsing november (18.30)  zunt Jupiter en Saturnus reëts boave d'r mond tse zieë. Vunnef-en tswantisieg november (19 oer) kome Mars en d'r mond kótbijenee

Orion
't Winktersjterebild Orion is óngerweëgs in 't zuudoste. 't Hat de vorm van inne aierleufer. Duudlieg zunt de drei sjtere in 't midde tse zieë. Evver Orion hat mieë sjtere woadurch 't mieë va zieng betseechnoeng kriet: d'r jeëjer mit piel en boag.

De Plejaden
Óch wal Zivvejesjternde jeneumd. Inne sjterehoof in 't zuudoste.

D'r jroeëse beer
In 't noajoar kan me vanaaf drissieg tseptember rónk middenaat 't bekankde sjterebild D'r jroeëse beer in 't Norde zieë. D'r Poolsjteer sjteet d'rneëver. Jenauw in 't norde.


D'r jank van de tsiet
Ing verzamloeng va jediechte en sjtuks-jer proza. D'r sjriever Wim Heijmans nimt d'r leëzer mit óp inne sjpatseerjank durch 't joar. 't Bóch kan me krieje in de bucherjesjefter Deurenberg en Leeskunst i Kirchroa. Óch tse besjtelle bij Uitgevrij TIC, www.uitgeverijtic.nl. ISBN: 978-94-91561-80-1. I 2019 krogg 't bóch D'r Sjiek Lieteratoerpries.

Durch mieng oge

E bóch (2019) mit jediechte van 't Marloes Lammers-Hoekstra. Óch mit Hollendsje uvverzetsoeng.

De vaan hingt oes
E bóch (2020) mit jediechte en jesjiechtens van d'r Tjeu Wetzeler, Holzstraat 74, 6461HR Kerkrade, 045-5464304, twetzeler@hetnet.nl

 

Vertaling gedicht diech

(boven aan de pagina!)

 

nog

kan het nog
thuis in de tijd
van het jaar
zoals ze is

sinterklaas

kan het nog
kapstok in de tijd
van het leven
zoals haar wezen

kerstmis

kan het nog
houvast in de tijd
van verdergaan
zoals ze gaat

vastenavond

vraagteken
kom binnen
voel je thuis
versier je met
je eigen kleur
vier de tijd
van jaren
om te delen
met elkaar
zonder geweld
in vrede

het kan
 



 

 


 

 



Mónkkepje

’t Is nog ummer eëve sjtil in de jesjefsjtroas. Huekstens ’t vriediegs wen maat is. Dat trukt jet mieë lu. Me huet óch dökser dat de lu ummer mieë jewend weëde um uvver internet tse jelde. ’t Bertie en d’r Wiel hant nit zoeng muite d’rmit dat ’t nit zoeë druk is.  Ze sjpatsere jet rónk. Bekieke ziech de etalaazje. Jenisse de herfszon. Bij ’t bucherjesjef blieve ze sjtoa. Ze junt doa ummer jeer effe eri. Um jet in de bucher tse moeze. An de duur dunt ze ziech e mónkkepje um. In ‘ne ek van ’t jesjef sjtunt sjteul in inne krink. E paar sjteul zunt bezatsd. Ing vrauw vertseld jet uvver e bóch. ’t Jeet uvver alling zieë. Ze vertselt, dat vier leëve in ing tsiet va winnieg oog han vuur ee. ’t Bertie en d’r Wiel blieve sjtoa um tse loestere.
‘Alling zieë kan me óch tusje vöal lu,’ zeët ze. ‘Alling zieë,’ zoeë jeet ze wieër, ‘is nit vuur vol aajezieë weëde. Da junt lu inne hodvas zukke. Um ziech zicher tse veule. Ziech tse sjoele. Kanne hinger lu aalofe die dat oesnótse.’
’t Bertie en d’r Wiel loestere ing tsiet. Ze zunt nuisjierieg woeëde. Ze jelde ’t bóch. D’r man van ’t jesjef laacht vrundlieg. Dat kanne ze an de oge zieë. Óp zie mónkkepje sjteet  ‘t woad ‘iech’ mit inne sjtreep d’rdurch en d’r neëver ’ t woad ‘vier’.
‘Dat ving iech jód jezaad,’ zeët ’t Bertie.
D’r man knikt. Va hinger zie mónkkepje hure ze hem zage: ‘Dat kepje hilt van al teëje, mar nit de zörg vuur ee.’
Mit ’t bóch in ing tuut lofe ze werm an duur. Ze hant ziech óch dat mónkkepje jejole. ‘Zörg vuur ee,’ zeët ’t Bertie d’r man nog ins noa.
Ze lofe durch de jesjefssjtroas. In de herfszon. Jet bleer winge óp. Mit dat mónkkepje óp. Winniejer iech. Mieë vier.
’t Is jraad of mieë leëve is an duur.


Nog

Vuur ’t ieëtsjt jeleëze in 't joar elfhónged.



 

PLATTE-WEG

In 'Plat-eweg' vaan Henk Hover op L1 Radio leust Wim veur oet eige werk. 

Nuutsbreef Veldeke
Interview met Wim Heijmans, winnaar van de Sjiek Literatuurprijs

JEDIECHTE-PAD
't Jediechte-pad mit jediechte van d'r Loek van de Weijer, d'r Paul Weële en d'r Wim Heijmans.

    gedichten

    bij geboorte, rouwen en trouwen...

 

JEBOERT

 
 

TROUWE

 
 

ABSJIED

 

 

teller

894513
vandaag42
gister132
deze week437
maand3182